Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Ansjovis
Spiering
Kabeljauw
Haring
Wijting
Dwergpijlinktvis
Tong
Paling

Gebied

De Japanse oester is in grote aantallen aanwezig in Nederland, Duitsland, Engeland, Ierland en Frankrijk en wordt noordelijk gevonden tot Denemarken en het zuiden van Noorwegen. In de Noord-Europese landen verspreiden Japanse oesters zich veel moeilijker, omdat de voortplanting daar door de koude belemmerd wordt.
De creuse of waddenoester is een exoot. Na de teloorgang van de inheemse platte oester, door visserij en ziekte, is deze oester in Zeeland in 1964 uitgezet. Vanaf de jaren ’70 komt de oester voor in de Waddenzee.

Het natuurlijke leefgebied is een open kust ecosysteem. Oesters hechten zich vaak op een harde ondergrond. Op het zandige en slikkige wad maken ze zich vast aan kleine stenen, schelpen en ook aan soortgenoten. Na verloop van tijd kan op deze manier een oesterbank ontstaan. Zo ontstaat er ‘nieuw’ hard substraat in gebieden waar eerst alleen zacht substraat aanwezig was.
Oesters komen niet alleen op het droogvallende wad voor, maar ook in het diepere litorale gebied.

UIT DE VISSERIJPRAKTIJK
De groeiplaats heeft invloed op de groei van de schelpen en het vlees. Op plekken met meer dynamiek van golfslag, stroming en sediment vormen de oesters dikkere , zwaardere schelpen met verhoudingsgewijs een lager vleesgewicht. Op beschuttere locaties is het vleesgewicht vaak groter. Op één oesterbank zie je al verschil tussen de naar zee gerichte rand van de bank en de meer beschutte rand aan de landzijde, waar de invloed van de vloedstroom en de golfslag of deining geringer is.