Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Ansjovis
Spiering
Kabeljauw
Haring
Wijting
Dwergpijlinktvis
Tong
Paling

Bestanden

Het aantal roofdieren en het voedselaanbod (dierlijk plankton) bepalen de omvang van de populatie. De populatieaanwas van sprot is tot nu toe stabiel gebleven.
In 2013 bestaat het bestand voor een groot deel uit jonge vis, de 0-jaarklasse. De visserij richt zich op 1- tot 2-jarige sprot. Voor het beheer is daarom van belang om het aantal toetredende 1-jarige sprot te kunnen schatten, want die bepaalt hoeveel er verantwoord gevist kan worden.

Sprotpopulaties in de Waddenzee zijn wel verbonden met het Noordzee¬sprotbestand, maar kunnen een andere dynamiek hebben. Daarom is lokale bevissing een aandachtspunt.
Onderzoek in de Duitse bocht laat een afnemende trend zien, die afwijkt van de trend in de Noordzee. Dit kan er op wijzen dat in de Waddenzee een apart bestand voorkomt, dat zich anders ontwikkelt. Het kan ook zijn dat de verdeling van sprot tussen Noordzee en kustgebieden is veranderd en er nu relatief minder sprot in de Waddenzee voorkomt. Beschermde broedvogels als de visdief en noordse sterns zijn afhankelijk van sprot. Meer inzicht in de relatie tussen de bestanden en kwetsbaarheid voor bevissing is nodig.

UIT DE VISSERIJPRAKTIJK
Lokale kustvissers zien dat het bestand grillig is, per jaar kan het sterk wisselen. Dat kan komen door sterke bestand schommelingen, maar ook doordat de sprot wisselende plekken opzoekt. In jaren met veel haring zien vissers meestal weinig sprot en omgekeerd.