Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Spiering
Kabeljauw
Dwergpijlinktvis
Paling

Biologie

Schar komt meestal voor in 20 tot 40 m diepwater met een zandige bodem waar hij zich kan ingraven. In de wintermaanden trekken ze naar ondieper water, maar als het water kouder dan 4°C wordt gaan ze weer dieper zitten. Jonge schar groeit op in de kustwateren, zoals het Wad.

De schar is meestal tussen de 20 en 30 cm lang, tot een maximum van 40 centimeter en wordt ongeveer 10 jaar oud.

De paaitijd van schar in de Noordzee is van april tot juni. Het vrouwtje legt 50.000 tot 150.000 eitjes op een diepte tussen de 20 en 50 m. Ze worden in het water bevrucht, stijgen naar de oppervlakte en komen, afhankelijk van de temperatuur, na drie tot twaalf dagen uit. De larven zweven vrij door het water en drijven de Waddenzee binnen. Bij een lengte van 14 millimeter daalt de jonge schar naar de bodem. Hij gaat dan op één zijde zwemmen en transformeert naar platvis, waarbij het linkeroog naar de rechterzijde verschuift. Als de schar ouder wordt trekt hij naar dieper water.
Geslachtsrijp worden ze in hun 2e (mannetjes) of 3e jaar (vrouwtjes), maar de noordelijker levende scharren doen daar flink langer over. Ze zijn dan tussen de 11 en 25 cm groot.