Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Ansjovis
Spiering
Kabeljauw
Haring
Wijting
Dwergpijlinktvis
Tong
Paling

Gebied

Het donker oranje gebied op de kaart geeft aan waar de vissoort voorkomt. Het is eigen aan vissen dat ze zich verplaatsen. En dat doen ze allemaal op hun eigen manier.

Paling komt als jong visje van het zoute water en trekt de rivier op. Als ze geslachtsrijp zijn willen weer terug naar zee om zich voort te planten. Garnalen verplaatsen zich diep naar ondiep water, afhankelijk van de watertemperatuur.

Ook wat mensen doen is van invloed. Dijken en gemalen vormen een barrière voor vis. Bot is een zeevis en houdt ook van brak water. Als jonge bot b.v. via de sluizen in het IJsselmeer of Lauwersmeer terecht komt, kan het vaak wel overleven op het zoete water, maar zich niet voortplanten. Daarvoor moet de bot terug naar zee en vindt gemalen op zijn weg. Lukt het naar buiten te komen, dan kan de bot zich voortplanten. Deze bot blijft dan voor de rest van zijn leven op het buitenwater.

Vissers zien dat klimaatverandering invloed heeft. Een vis als de harder trekt in het voorjaar verder noordwaarts dan een aantal jaren geleden. Er zijn ook soorten die van nature niet aan onze kust voorkomen, maar zich hier gevestigd hebben nadat mensen ze mee gebracht hebben. Z e worden exoten genoemd. De Waddenoester is hier een voorbeeld van.