Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Ansjovis
Spiering
Kabeljauw
Haring
Wijting
Dwergpijlinktvis
Tong
Paling

Biologie

Een bot wordt ongeveer 50 cm. groot; in uitzonderlijke gevallen maximaal 60 cm. en weegt maximaal 14 kg. Bij een lengte van 25 tot 30 cm zijn ze geslachtsrijp. Ze kunnen tot 15 jaar oud worden.

In de paaitijd, van februari tot mei, trekt bot naar zee om zich op een diepte van 20 tot maximaal 50 meter voort te planten. Een vrouwtje produceert tussen de 400.000 tot 2.000.000 eitjes; afhankelijk van haar lengte. Na de paai trekt de bot weer naar ondieper water, waar ze goed kunnen eten. Na ongeveer een week komen de eitjes uit en de larven drijven naar het ondiepe kustwater. Als ze ongeveer 1 cm groot zijn transformeren ze tot platvissen. Meestal wordt de rechterzijde dan de bovenzijde, met de beide ogen. Bij 5% tot 30% komt de linkerzijde boven en dat kan lokaal verschillen.

De jonge botjes leven in het beschutte kustwater en in open riviermondingen. Sommigen trekken de rivier op. Ze hebben een voorkeur voor zout en brak water, maar kunnen ook op zoet water overleven.

Botten zijn vooral in de nacht actief. Overdag liggen ze ingegraven in het zand. Ze kunnen zichzelf heel goed camoufleren door de kleur van de ondergrond aan te nemen. Dat maakt ze vrijwel onzichtbaar voor hun prooi, maar ook voor kustbewoners op zoek naar een lekker botje.

UIT DE VISSERIJPRAKTIJK
In het waddengebied verplaatsen de botten zich met het getij mee op en vanaf de droogvallende platen. Daardoor zijn ze ook overdag te vangen.