Wereld Erfgoed Visserij: bijvangst

Zeevissers klagen over de aanlandplicht. Koks en culi’s bejubelen de rijkdom aan onbekende vissoorten. Wordt de zee visrijker als je bijvangst eet? Het is een mooi verhaal voor de handel. Bijvangst bestaat niet, de aanlandplicht wel. We laten zien wat de gevolgen zijn voor kleinschalige gemengde kustvissers.

De aanlandplicht is een gecompliceerd verhaal. De plicht is ingevoerd voor zeevissers die op de bodem vissen of middenin de waterkolom met b.v. korren, sleepnetten of staande netten. Gequoteerde vissoorten mogen niet meer teruggezet worden in zee, maar moeten aan land gebracht worden. Ook de ondermaatse vis; die verwerkt kan worden tot visolie, vismeel of diervoeding.

Door de financiële consequenties van de aanlandplicht bij de visser neer te leggen, verwachten natuurorganisaties en overheid een gedragsverandering bij vissers teweeg te brengen en ze aan te zetten tot innovatiever en selectiever vissen.

Er zijn ook uitzonderingen op de regel. Soorten waarvoor geen vangstbeperkingen gelden zoals garnalen, mul en poon en soorten die op de verbodensoorten lijst staat, zoals bedreigde haaien- en roggensoorten vallen niet onder de aanlandplicht. Ondermaatse vis van soorten die niet onder de aanlandplicht vallen moet terug en mag niet worden aangeland. Vissers zijn wel verplicht bij te houden hoeveel vis terug in zee gaat.

DE DRIE BELANGRIJKE FEITEN 1

Bijvangst bestaat niet, weinig selectief vissen wel

Het percentage teruggezette vis is afhankelijk van de soort visserij, maar het kon oplopen tot wel 40% van de vangst. Dat is weinig selectief. Slechts een klein percentage van b.v. teruggezette jonge platvis overleeft. Platvissen leven niet in scholen, maar solitair op de bodem. Dat maakt het erg lastig selectief te vissen. Vissers vangen veel liever tong dan schar of bot, omdat de marktwaarde voor schar en bot vrijwel nihil is. Vooral schar is in enorme hoeveelheden mee gevangen en teruggezet. Het gekke is dat er niets mis is met een botje of scharretje op het bord. En er is niets mis met het vangen van schar, bot of tong; zolang de quota niet overschreden worden. Er is alleen iets mis met de markt en het zou fijn zijn als koks en culi’s daar een stimulerende rol in spelen.

Ondermaatse platvis vangen is wel een probleem. Daar is met maaswijdtes veel aan te doen. De overheid kan hier op sturen met bindende regels. Niet alle vissers zullen dat prettig vinden, want sliptong (kleine, niet ondermaatse tong) levert veel op.
Weinig selectief vissen is een probleem als ondermaatse vis of verboden soorten mee gevangen worden. Dan moet je niet spreken over bijvangst, maar over een slechte vorm van vissen en maatregelen nemen. Een ander verhaal is het als aselectief vissen leidt tot de aanvoer van verschillende soorten volwassen consumptievis. Als de zee geen liever-visjes bakt, mag dat geen reden zijn vis terug te gooien. Eetbare vis is geen bijvangst, maar een culinair product.

Vis is of verhandelbaar of je had het niet moeten vangen of het kan levend terug.

DE DRIE BELANGRIJKE FEITEN 2 

Bijvangst is hot

Wat wordt zoal als bijvangst aangeprezen en op de kaart gezet? Een vrij willekeurige greep uit het aanbod: Delicious (maart 2017, Bijvangst in de hoofdrol) noemt: bot, spiering, wijting, geep en harder. Op http://magazine.foodinspiration.com staan bijvangstrecepten voor schol en horsmakreel. De bijvangstwijzer (http://bijvangstwijzer.nl/) noemt schar, tongschar, wijting, steenbolk en grauwe poon als bijvangst die je moet kopen. (Naast bijvangst die je beter niet kunt kopen, zoals zeeduivel en horsmakreel). In de Volkskrant (Van bijvangst kun je goed eten, 2 mei 2013) gaat het over bot, zeeduivel, strandkrabbetjes, schelvis, grauwe poon, een verdwaalde kreeft en spiering. Op vrijwel al deze soorten kan gericht gevist worden (harder, geep) of er is een goede markt voor (zeeduivel, poon). Platvis, met name de schar is de uitzondering.

Over bot, ook een platvis, is meer te zeggen. In het hier boven genoemde Volkskrant artikel krijgt een restauranthouder een bak met botjes van een visser/vishandelaar. Op de afslag was weinig belangstelling voor de bot, dus kon de visser ze voor € 0,60 per kilo op de kop tikken. De bot, waarschijnlijk mee gevangen met visserij op andere platvis, krijgt zo een goede bestemming op de kaart, maar draagt deze actie bij aan duurzame visserij?

Soms vissen kleinschalige kustvissers gericht op bot. Niet op het Wad, omdat daar de laatste jaren weinig bot is. Wel op het zoete water van het IJsselmeer, waar nog een populatie bot leeft. Laaxumer bot is een begrip voor kenners, een erg lekker visje. Kustvissers moeten minimaal € 4,50 per kilo voor hun vis vragen om uit te komen.

Als gevolg van de aanlandplicht wordt de markt overvoerd met vangst waar weinig vraag naar is en de prijzen laag. Deze vis concurreert met de bescheiden aanvoer van kustvissers die er gericht op vissen. De bijzondere kwaliteit van Laaxumer bot rechtvaardigt wel een hogere prijs, maar het prijsverschil en het verschil in aanvoer is groot.

Voor de zeevisser én de kustvisser is dit geen duurzame situatie.

DE DRIE BELANGRIJKE FEITEN 3

Bijvangst bestaat niet, te goedkope vis wel

Kok Joris Bijdendijk roept in het TV programma DWDD (21-02-2017) op tot het eten van bijvangst: “Vissoep van bijvangst moet een nationaal gerecht worden”. Vissoep met onbekende vis, dat zou geweldig zijn als nationaal gerecht. Als het in de praktijk neerkomt op vissoep van (te) goedkope vis, dan is het een stuk minder lekker. Een goede vissoep in het restaurant van het Volkskrantartikel kost € 10,-. Een goed verhaal, verantwoord en duurzaam; bijvangst mag best iets kosten. Koks en vishandel varen er wel bij. De zeevisser wordt er voorlopig nauwelijks beter van. Terwijl de kleinschalige kustvisser zijn bescheiden markt teloor ziet gaan en hij betaalt de prijs voor de aanlandplicht in de zeevisserij.

Wie duurzaamheid nastreeft zou toch moeten weten dat heel goedkoop duurkoop is voor de producent.

Stichting Geïntegreerde Visserij


Alle blog berichten