Hoe ongemakkelijk gezamenlijke belangen kunnen zijn: vismigratie rivier

We zijn er positief over, maatregelen die de vismigratie bevorderen. Niet alleen vanwege het lot van zalmen, stekelbaarzen en paling die tussen zoet en zout heen en weer moeten kunnen zwemmen om zich voort te planten. Ook willen we graag dat de tonnen snoekbaars, voorn en brasem die met al het regenwater de IJsselmeersluizen uitgespoeld worden en nu in het zoute waddenwater dood gaan weer veilig, via de vismigratie rivier, terug kunnen zwemmen naar het IJsselmeer.

Collega vissers Hans Poepjes en ik zitten bij een gesprek met ambtenaren, wetenschappers en projectleider over de vismigratie rivier die in de Afsluitdijk gebouwd wordt. Ik moet terugdenken aan de jaren tachtig toen ik met de binnenvissers in Groningen aan de bel trok bij de provincie en de waterschappen over de enorme schade die bodemdalingsgemalen en boezemgemalen toebrengen aan migrerende vis. Wij zagen vooral dode en kapotte paling; dat is de enige vissoort waar een Groningse binnenvisser nog op mag vissen. Maar andere vissen hebben er net zo goed van te lijden.

Hans is telg uit een familie die generaties lang in de Zuiderzeevisserij zat en die na de afsluiting van de Zuiderzee de bakens hebben moeten verzetten in het algemeen belang. Ze zijn verhuisd naar Makkum om de teruggang in de Zuiderzee- / IJsselmeervisserij op te vangen met visserijen op het Wad. De pijn van al die vissersfamilies in al die dorpen en stadjes rondom de Zuiderzee; de pijn van al die vissen die hun leefgebied en trekroutes kwijtraakten. Droge voeten en het voorkomen van overstromingen en dijkdoorbraken hebben hun tol gevraagd.

Naar vissterfte in gemalen keken we als maatschappij niet. We zagen het niet. Vissers zien ook niet alles, maar de Groninger binnenvissers zagen in de jaren tachtig genoeg om stevig aan de bel te trekken. We voelden ons betrokken en werden voor de natuurbeschermers een partner in het pleidooi voor herstel, voor maatregelen die passen bij wat de veilige waterhuishouding nodig heeft. Ons werd gevraagd partner te worden in dat mooie project. En we hadden daar toch belang bij? Inderdaad, ook vissers hebben belang bij een goede visstand en een gezond ecosysteem.

Resultaat van de samenwerking in Groningen is dat de collega’s naast de algemene gesloten tijd voor palingvangst ook een groot deel van het viswater ingeleverd hebben voor een aalreservaat. De vissers zijn voor hun visrechten afhankelijk van een dijkgraaf die vindt dat het hoog tijd is dat de vissers verdwijnen nu met miljoenen gemeenschapsgeld iets van de migratieschade van ‘zijn’ of ‘onze’ dijken, sluizen en gemalen hersteld is. Logisch toch?

Bij de Afsluitdijk zien we hetzelfde. Terwijl Hans en ik daar zitten gaat het over de visserijvrije zones die aan de zoete en zoute kant van dit icoon van vismigratie moeten komen: Binnen een straal van honderden meters geen fuiken, want ‘we’ kunnen het niet verkopen na deze miljoeneninvestering in vismigratie dat er vlakbij gevist wordt. Terwijl we verder praten over hoe wij kunnen vissen op krabben en wat we kunnen doen om de trekvissen niet te vangen of levend terug te zetten, wordt het me te gortig. Ik wijs het gezelschap er op dat vissers net als de paling, de zalm, de haring en de ansjovis benadeeld zijn door de aanleg van dijken en gemalen.

Het gaat me niet om compensatie, dat geeft altijd verlies van visserij en voor kleinschalige vissers zijn de bedragen altijd onder de maat. Reigers, aalscholvers en otters blijven straks wel gewoon vissen. Natuurlijk, want dat is natuur. Hoe komt het dat we wat kleinschalige vissers in balans en evenwicht met de natuur doen, dat we dat niet meer als natuurlijk gedrag kunnen zien? We zien niet wat we vermalen, niet in de gemalen, niet in de maatschappij. Dat is een groot maatschappelijk verlies.

Jaap Vegter


Alle blog berichten