Hoe werkt het
Oester
Houting
Geep
Bot
Zeebaars
Schar
Harder
Sprot
Garnaal
Ansjovis
Spiering
Kabeljauw
Haring
Wijting
Dwergpijlinktvis
Tong
Paling

Biologie

Houtingen zijn nauw verwant aan zalmen en forellen. Er zijn veel verschillende soorten houting.

De houtingen die tegenwoordig in Nederland en Denemarken voorkomen, zijn gekweekte nakomelingen uit Deense restpopulaties. Sinds 1982 zijn deze nakomelingen gebruikt voor herintroductieprogramma’s.

Vanaf oktober verzamelen volwassen houtingen zich in de estuaria en benedenlopen van rivieren om vervolgens in scholen, stroomopwaarts naar de paaigronden te trekken waar in de late herfst en winter wordt gepaaid. Een vrouwtje zet ca 20-30.000 eieren per kg lichaamsgewicht af. De zelfklevende eieren hechten zich vast aan waterplanten en stenen. Na 2 a 3 maanden komen de houtinglarven uit het ei; ze zijn dan zo’n 10 mm groot. Als opgroeigebied hebben de larven stilstaand water zoals overstroomde weilanden, kleine meren en met oevervegetaties begroeide oevers en zijgeulen van rivieren nodig. Pas als ze 30-40 mm groot zijn, kunnen ze naar brakke en zoute wateren trekken.

Houtingen groeien snel in hun eerste levensjaar; tot 20 cm. in vijf maanden. Mannetjes kunnen na 3 groeiseizoenen en een lengte van ca. 35 cm geslachtsrijp zijn, terwijl vrouwtjes meestal na 4 seizoenen geslachtsrijp zijn. Een houting kan maximaal ca. 10 jaar oud worden en een lengte bereiken van ca. 60 cm.