Een voortdurende strijd; een duurzame strijd?

In het artikel “Vissers aan banden” (Dagblad van het Noorden, 1 oktober 2016) signaleert garnalenvisser Henk Buitjes dat overheid, natuurorganisaties en visserijvoormannen liever zaken doen met enkele grootschalige ondernemers, in plaats van met tweehonderd ‘koppige’ ondernemers.

Al vijftien jaar verzet de Stichting Geïntegreerde Visserij zich tegen toenemende schaalvergroting en specialisatie in de kustvisserij. Het heeft tot nu toe niet geleid tot ‘vrede’ tussen visserij en natuurbescherming en na elke maatregel of saneringsronde resteert een kleiner aantal bedrijven en minder bedrijvigheid in vooral de kleine waddenhavens. Juist voor visserij in een natuurgebied is flexibiliteit en kleinschalig werken van groot belang. Alleen zo kun je de visserij aanpassen aan wat de natuur en de visbestanden aankunnen. Ondanks dat er steun is voor het initiatief, blijkt steeds opnieuw dat er weinig veranderd. En dat ligt niet alleen aan vissers.

Er was ooit een vangstbeperking, door garnalenvissers met elkaar afgesproken. Meer rust op zee, het rendement ging omhoog en er werden grotere garnalen gevangen. Het werkte goed tot de NMA er een stokje voor stak. ‘Vissers zijn ondernemers, dus marktwerking staat voorop. En vanuit natuurbeschermingsoogpunt is er geen reden om beperkingen af te spreken, want er zijn genoeg garnalen.’ Met deze motivering hebben natuurorganisaties en overheid de vissers aan hun lot overgelaten. Terwijl er alle reden was ze te steunen en samen de strijd aan te gaan. Als het rendement stijgt en de gevangen garnalen groter zijn met een vangstbeperking weet je dat de visserijdruk te hoog was. In het geval van de garnalen betekent dat: ‘groei-overbevissing’. Er bestaat zelfs een woord: downsizen. Maar dat woord was blijkbaar even zoek.

Vanaf 2012 onderhandelen garnalenvissers over een NB-wet (natuurbeschermingswet) vergunning voor garnalenvisserij op het wad en boven de eilanden. Het gaat natuurorganisaties om de effecten van bodemberoering. Een garnalennet sleept met de klossenpees over de bodem. En de overheid? Die staat op het standpunt dat partijen het met elkaar moeten uitzoeken. Zo is een slepend onderhandelingsproces ontstaan. Een strijd tussen kennis en ambities van vissers, wetenschappers en natuurorganisaties.
Vissers herkennen hun eigen waarnemingen niet in de resultaten. In het VIBEG akkoord zijn gesloten gebieden afgesproken boven de eilanden. Voor het Wad (VISWAD) is het voorlopig resultaat van de onderhandelingen een uitkoopregeling met Wadenfondsgeld (aardgas) voor garnalenvissers en grote aaneengesloten gebieden die op slot gaan, met name op het oostwad tussen Rottum en Noordpolderzijl. Maar, zo vragen vissers zich af, waarom zou je een plek waar storm een stroming veel meer invloed op de bodem hebben dan een sleepnet sluiten voor bodem beroerende visserij? Dat draagt niet bij aan natuurherstel. Wensen en ambities van natuurorganisaties botsen met de praktijkwaarnemingen van vissers.

Bodemberoering is niet altijd en overal slecht. Zeeuwse oestervissers met de oester kor en mesheftenvisserij boven de eilanden trekken een zware wissel op de bodem, maar mogen wel het MSC keur dragen omdat geoordeeld is dat de activiteiten op hun visstekken niet schadelijk zijn.

Vissers die oog hebben voor het grotere plaatje pleiten voor sluiting op maat. Samen met wetenschappers die plekken aanwijzen die permanent of tijdelijk dicht moeten omdat visserij daar schadelijk is. Vraag vissers naar de plaatsen waar vroeger zeegras groeide en waar herplanting kansrijk is. Vissers weten waar vanouds het mosselzaad neervalt en vissers weten dat je die plekken beter kunt sluiten voor bodemberoering. Als lokaal veel jonge platvis rondzwemt in ondiepe wad geulen, kun je die gebieden direct tijdelijk sluiten; tot de jonkies weer weg zijn. Ook daar bestaat al een woord voor: real time closures.

Veel vissers vinden het huidige proces slecht voor de visserij en niet goed voor het beheer van het Wad. Misschien houden natuurorganisaties niet van samenwerken met vissers? Jonge platvis en mosselzaad buiten de gesloten gebieden zijn straks aan hun lot overgelaten. Dat kan beter vinden vissers. Dat zullen natuurorganisaties ook vinden, maar zij kunnen de visserij opnieuw verantwoordelijk houden. Geen wonder dat ressentiment de kop opsteekt. Niet dat ik het eens ben met de uitwassen die het oplevert. Maar ook ik zie dat een visser heeft flink wat zelfbeheersing nodig heeft niet over de schreef te gaan en in zijn eigen zwaard te vallen.

Een pittige strijd vraagt om krachtige partijen. Die kant gaat het op met de schaalvergroting in de sector. Kapitaalkrachtige visserijbedrijven of rederijen kunnen wachten op de uitvoering van de aangekondigde uitkoopregeling om straks in een goed gesaneerde bedrijfstak spekkoper op het Wad te zijn. Is dat het dan, wat we werelderfgoed visserij moeten noemen? Zou ‘t het einde van de strijd en tegenstellingen betekenen? Is de natuur er iets mee opgeschoten? En de visserman?

Hanneke Punter
Stichting Geïntegreerde Visserij


Alle blog berichten