ICSF en Europees beleid voor kustvisserij
Regionale visserijen zijn belangrijk voor de vitaliteit van kustgemeenschappen en moeten regionaal gereguleerd worden. Hierover is een groot aantal Franse, Engelse, Schotse, Spaanse, Deense en Ierse kustvissers het met elkaar eens. De discussie is op gang gebracht door het ICSF (International Collective for the Support of Fishworkers) die in september 2009 in Brussel een bijeenkomst organiseerde. Het ICSF zal namens de vissers een gezamenlijk statement aanbieden aan de Europese Commissie, die een herziening van het gemeenschappelijke visserijbeleid (GVB) voorbereidt.
Kustvisserij verdient een eigen visserijbeleid, toegespitst op de ambachtelijke werkwijze die enorm verschilt van de zeevisserij met grotere schepen. Die heeft meer impact op visbestanden, maar kan ook veel makkelijker verhuizen naar een ander vanggebied. In de zeevisserij kan het huidige quota systeem goed werken, voor plaatsgebonden kustvisserijen heeft het dramatisch uitgepakt. De kustvissers willen hun vangst reguleren door middel van de grote van schepen en het aantal bedrijven. Verder is goede regionale samenwerking van vissers, onderzoekers, natuurbeschermers en overheden van belang. En het nauwkeurig bijhouden van de vangsten zodat op tijd bijgestuurd kan worden. Flexibiliteit is de sleutel, zoadat de visser goed kan inspelen op wat er gebeurt met de visstand.
Minder eensgezindheid is er over de juiste definitie van ‘kleinschaligheid’ en ‘ambachtelijkheid’. De locale verschillen zijn zo groot dat het waarschijnlijk per regio beschreven moet worden. In de Nederlandse Waddenzee zal een visser vaak meerdere dagen aaneen op zee blijven met een ondiep schip dat wel een zeker formaat moet hebben om stabiel te zijn. Engelse en Franse kustvisserij kunnen goede dagreizen maken met boten van minder dan tien meter lang, maar wel met meer dan een meter diepgang.